Wij zetten ons in voor het algemeen belang

Contact

Lijst Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
E-mail : info@lijstbabijn.nl

  Interact Network 2018

Windturbines. (10-01-2012) Art. 44 vragen van het Statenlid François Babijn, Partij voor Zeeland (PvZ) aan Gedeputeerde Staten, m.b.t. “windvisie” gemeente Sluis.

Aan           : Het College van Gedeputeerde Staten van Zeeland.
Onderwerp: Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid François Babijn, Partij voor Zeeland (PvZ), m.b.t. “windvisie” gemeente Sluis.
Oostburg, d.d. 10-01-2012,
 
 
Geachte College,

Schriftelijke vragen  conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid François Babijn, Partij voor Zeeland (PvZ), m.b.t. de “windvisie” van de gemeente Sluis.
 
Toelichting.
Het voorstel van het College van de gemeente Sluis, om de windvisie "Samen met de Wind" vrij te geven voor inspraak en advies, is voor de Statenfractie van de Partij voor Zeeland aanleiding tot het stellen van de hierna volgende vragen.
 
Vragen.
  1. In hoeverre is de “windvisie” van de gemeente Sluis strijdig met het Omgevingsplan en uw Collegebeleid t.a.v. windenergie?
  2. Kan uw College ontkennen dat een meerderheid van onze Zeeuwse bevolking tegen de plaatsing van grote windturbines (in dit geval met een ashoogte van 50 meter) is en blijft en er derhalve onvoldoende draagvlak bestaat voor dergelijke initiatieven?
  3. Is uw College niet met ons van mening dat de veiligheid in het algemeen en met name ook op industrieterreinen gewaarborgd dient te zijn en daarom het plaatsen van windturbines aldaar, o.a. i.v.m. een verhoogd risico op blikseminslag (mogelijk brand en losrakende wieken), onverantwoord is?
  4. Kan uw College met feiten onderbouwd ontkennen dat kleine turbines niet technisch zijn doorontwikkeld omdat men wereldwijd inzet op grotere exemplaren die zogezegd beter renderen?
  5. Locatie Hoofdplaat begon met aanvraag voor windturbines met een ashoogte van 40 meter, het werden uiteindelijk turbines met een ashoogte van 80 meter en een totale (tip)hoogte van 120 meter; kan uw College ons in dit geval garanderen dat er uiteindelijk op termijn niet weer een verdubbeling in bouwhoogte zal worden toegestaan, indien de gemeenteraad van Sluis een dergelijke visie zou goedkeuren?
  6. In de “windvisie” geeft het College van de gemeente Sluis aan dat de tiphoogte (de maximale hoogte inclusief turbinebladen) van windturbines van 15 meter, in het nieuwe ‘Omgevingsplan’ zou kunnen worden gewijzigd in een ashoogte van 15 meter; ik citeer: ,,Indien in het provinciale beleid de tiphoogte van 15 meter veranderd wordt in een ashoogte van 15 meter wordt het gemeentelijk beleid hierop aangepast.”; tot slot wordt er nog een hoogte van 20 meter genoemd welke 20 % meer rendement zou opleveren en dat in het nieuwe omgevingsplan deze mogelijkheid eveneens wordt onderzocht. Mogen wij, na het lezen van deze tekst, de conclusie trekken dat dergelijke wijzigingen, zonder tussenkomst van de gemeenteraad, (indien van toepassing) kunnen worden doorgevoerd?
  7. Kunnen locaties, welke voorzien zijn van een windturbine van 15 meter hoog, ook benut worden als een bestaande locatie waar een turbine van 50 meter ashoogte mag verrijzen?
  8. Energieproductie van windturbines wordt steevast uitgedrukt in huishoudens; een ondefinieerbare eenheid. Kan uw College, per aanvraag (Sluis), vermelden wat de gegarandeerde opbrengst per jaar in kilowattuur (kWh) bedraagt en welk percentage dat van het jaarlijks energieverbruik van de gemeente Sluis “compenseert”?
  9. Mocht, onverhoopt, een meerderheid van de gemeenteraad van Sluis de bouw van windturbines met een ashoogte van 50 meter goedkeuren, moeten er dan mogelijk op termijn als gevolg daarvan, nog extra bovengrondse hoogspanningsleidingen geplaatst worden?
  10. Moet er boven een bepaalde energieproductie ook een MER procedure op worden losgelaten?
  11. Moeten windturbinelocaties, zoals gebruikelijk, weer worden omgezet naar industriegrond, binnen het mooie West-Zeeuws-Vlaamse Nationale Landschap?
  12. Is uw College met ons van mening dat, t.b.v. een heldere beeldvorming, de totale (tip)hoogte van windturbines dient te worden vermeld om de hoogte van windturbines aan te geven en niet alleen de ashoogte; (ashoogte +  helft rotordiameter = totale hoogte). Zo nee, waarom niet?
  13. (a) In de “windvisie” stelt het College van Sluis: ,,De huidige molens maken minder lawaai, maar het blijft een subjectieve ervaring die niet of nauwelijks in regels te vatten is”. Op welke onomstotelijk bewezen feiten en onderzoeken baseert het Sluise College zich in de “windvisie” als zij stelt dat de huidige molens minder lawaai maken; of betreft het hier slechts ongefundeerde aannames en t.o.v. wat maken ze minder lawaai, grotere windturbines? (b) Verliest het College van Sluis in dit geval niet haar objectiviteit als zij spreken van een ‘subjectieve ervaring’? (c) Tevens geeft het College van Sluis aan dat een ‘subjectieve ervaring’ niet of nauwelijks in regels te vatten is. Is het College van GS met ons van mening dat dat volkomen irrelevant is; er bestaan immers, zoals het College van Sluis zelf ook aangeeft, wettelijke normen waar aan moet worden voldaan?
  14. Kan uw College van GS achterhalen waarom er door het College van de gemeente Sluis in de “windvisie” totaal geen aandacht geschonken wordt aan de problematiek van slagschaduw; of is dat op geen enkele locatie, inclusief industrieterreinen, aan de orde?
  15. De techniek van energieopwekking m.b.v. windkracht heeft in de afgelopen jaren, in tegenstelling tot energieopwekking m.b.v. zonne-energie, niet een zodanig vlucht genomen dat windenergie rendabel is t.o.v. de huidige vormen van energie produceren; waarom zet onze provincie, inclusief een aantal gemeenten waaronder Sluis, dan toch nog steeds in op windenergie? Of ontkent uw College van GS dat windenergie nog steeds afhankelijk is van de nodige subsidies en is uw College dan niet met ons van mening dat er dan ook meer een afweging dient te worden gemaakt t.o.v. andere duurzame energie opwekking waaronder die m.b.v. zonne-energie; een vorm van energieopwekking die de afgelopen jaren wel enorm is geëvolueerd, inmiddels zonder subsidie rendabel kan worden toegepast en welke onze provincie niet ingrijpend aantast?
  16. Is uw college bereid om de haalbaarheid te laten onderzoeken voor een bredere implementatie van zonne-energie binnen onze provincie Zeeland? Als onze provincie toch wil inzetten op duurzame energie dan lijkt ons dit beter haalbaar met zonne-energie en wel om de volgende redenen.
  • De hoeveelheid zonne-instraling ligt met name in Zeeuws-Vlaanderen  ruim boven het landelijk gemiddelde; ongeveer 6 %.
  • Met dit gegeven kan onze provincie Zeeland zich profileren als zijnde de zonnigste provincie van Nederland.
  • Zonne-energie geeft geen horizonvervuiling en is nagenoeg voor iedere inwoner van Zeeland haalbaar.
  • Zonne-energie kan kleinschalig worden toegepast en is niet afhankelijk van langdurige procedures om tot realisatie te komen.
  • Zonne-energie heeft de afgelopen 6 jaar wel een voorwaartse technische sprong gemaakt, welke verhoudingswijs vele malen groter is dan bij windenergie het geval is. Ter illustratie, zonnepanelen zijn gehalveerd in prijs.
  • Zonne-energie kan nu reeds rendabel worden toegepast en is niet langer afhankelijk van subsidies.
  • De techniek van zonne-energie is zeer eenvoudig, is niet gevaarlijk en is nagenoeg onderhoudsvrij.
17.Ontkent uw College het risico, dat een toename van het aantal
    windturbines binnen onze mooie provincie Zeeland, wel eens een zware
    wissel zou kunnen trekken op onze toeristische aantrekkelijkheid en
    inwoneraantal; zo ja, graag uw uitgebreide motivatie?
 
In afwachting van uw reactie, verblijven wij,   
 
Hoogachtend,
 
Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ), François Babijn, Statenlid.