Wij zetten ons in voor het algemeen belang

Contact

Lijst Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
E-mail : info@lijstbabijn.nl

  Interact Network 2018

Risico's van lekkage van foliebassins. (28-09-2011) Art. 44 vragen van het Statenlid François Babijn, Partij voor Zeeland (PvZ) aan Gedeputeerde Staten van Zeeland n.a.v. memo van antwoord door College aangaande risico's van lekkage van foliebassins.

Aan           : het College van Gedeputeerde Staten.

Onderwerp: schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid François Babijn, Partij voor Zeeland (PvZ), n.a.v. memo van antwoord door College aangaande risico's van lekkage van foliebassins.

Oostburg, d.d. 28-09-2011,

 

 

Geacht College,

 

De Statenfractie van de Partij voor Zeeland stelt schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde aan uw College n.a.v. uw memo van antwoord (d.d. 02-09-2011) inzake de risico's van lekkage van foliebassins (conform afspraak Commissie Economie en Mobiliteit 12 september jl.).

 

Toelichting.

Uw College vermeldt in de beantwoording dat bij het bedrijf Topsy Baits er nu en dan lekkage optreedt als gevolg van oogstwerkzaamheden en dat deze lekkage relatief eenvoudig is op te sporen.

  • Aan de hand van welke feiten concludeert uw College dat bij Topsy Baits lekkages eenvoudig zijn op te sporen; m.a.w. welke maatregelen heeft dat bedrijf ter voorkoming en opsporing van zoutwater lekkages genomen?

Vervolgens noemt u het proefbedrijf Zeeuwse Tong als voorbeeld, waar de bassins omgeven worden door een ringsloot die het vijverarsenaal scheidt van het omliggende landschap. Tevens geeft u aan dat aldaar zowel op de aanvoer- als afvoerleiding flowmeters zijn aangebracht die een groter waterverlies registreren.

  • Vergelijkt uw College hier geen appels met peren; in de zin van een bedrijf dat veel maatregelen t.b.v. opsporing van mogelijke lekkages en ter voorkoming van gevolgen voor de omgeving heeft getroffen, versus uw stelling dat uw College momenteel geen reden ziet om ‘aanvullende maatregelen’ tegen eventuele lekkage van nieuw aan te leggen foliebassins verplicht te stellen? Zo nee, waarom niet?
  • Waarom spreekt uw College van ‘aanvullende maatregelen’ in uw beantwoording; het is toch niet verplicht om maatregelen te treffen ter voorkoming van negatieve effecten door zoutwater lekkages op de omgeving? Dat was nou net de crux waar het bij de vraagstelling van de fractie van de Partij voor Zeeland om draait!

In ‘Handreiking inbedding aquacultuur’ staat te lezen:

,,Bassins van folie kunnen relatief makkelijk lek raken (bij bewerkingen) en lekkages zijn niet altijd (direct) waar te nemen.

  • Kan uw College met redenen omkleed ontkennen, dat de conclusie dat lekkages niet altijd (direct) zijn waar te nemen, haaks staat op de bewering door uw College dat ‘de beschikbare technische hulpmiddelen voldoende betrouwbaar zijn om de opsporing (en reparatie) in een vroegtijdig stadium mogelijk maken’?

Tevens beweert uw College dat ‘grootschalige lekkage van foliebassins nagenoeg is uitgesloten door het gebruik van uiterst betrouwbare materialen met een gegarandeerde levensduur’.

  • Kan uw College met redenen onderbouwd uitsluiten, dat muskusratten bij foliebassins een grootschalige lekkage kunnen veroorzaken?

Uw College bevestigt dat er een lekkage in bassins kan optreden en vervolgens beweert u stellig dat de gevolgen hiervan verwaarloosbaar klein zijn.

  • Aan de hand van welke feiten en of onderzoeken concludeert uw College dat de gevolgen van mogelijke zoutwater lekkages verwaarloosbaar klein zijn?

Uw College vermeldt in uw beantwoording dat bassins voor aquacultuur bij voorkeur worden aangelegd in gebieden waar sprake is van (toenemende) zoute kwel, waardoor de gevolgen van een eventueel optredende lekkage voor de omgeving minimaal zijn.

  • Kan uw College expliciet aangeven op welke feiten en of onderzoeken uw College zich baseert om gebieden aan te kunnen merken als gebieden met ‘(toenemende) zoute kwel’?
  • Kan uw College ‘verwaarloosbaar en minimaal’ in dit verband nader definiëren?
  • Als, naar de mening van uw College, de gevolgen van zoutwater lekkages verwaarloosbaar klein zijn, waarom worden deze foliebassins dan bij voorkeur aangelegd in gebieden waar sprake is van (toenemende) zoute kwel, waardoor de gevolgen van mogelijke zoutwater lekkages, volgens uw College, verwaarloosbaar klein zijn?

Omdat uw College aangeeft dat foliebassins bij voorkeur aangelegd moeten worden in gebieden waar sprake is van (toenemende) zoute kwel, wordt de mogelijkheid om dergelijke bassins in zoetwater gebieden aan te leggen dus niet uitgesloten.

  • Uw College noemt in algemene termen de gevolgen van mogelijke zoutwater lekkages ‘verwaarloosbaar klein’; geldt dat ook voor zoetwatergebieden? Zo ja, aan de hand van welke feiten en of onderzoeken concludeert uw College dat dan?

Uw College stelt dat een ondernemer, ter voorkoming van opbrengstderving en inkomensverlies, zal kiezen voor een duurzame uitvoering van de bassins.

  • Is uw College met ons van mening, dat alleen het zoute water op niveau moet worden gehouden ‘ter voorkoming van opbrengstderving en inkomensverlies’ en dat dat eenvoudig kan worden gerealiseerd, door in geval van lekkage, extra zout water aan te voeren? Zo nee, graag uw uitgebreide toelichting.
  • Kan uw College met redenen omkleed ontkennen, dat er veel betere “bassinconstructies” bestaan, die alleen als belangrijkste nadeel hebben dat ze stukken duurder zijn en dat ondernemers met name om die reden de voorkeur geven aan de toepassing van goedkopere foliebassins? Zo ja, graag uw uitgebreide motivering.

In de ‘Partiële herziening Omgevingsplan Zeeland 2006-2012’ lezen we m.b.t. zoutwater lekkages: ,,De lekkage van zoutwater moet worden voorkomen. Indien nodig c.q. gewenst een drainage systeem aanleggen om zoutwater af te vangen”.

  • Is uw College niet met ons van mening, dat indien een ondernemer niet verplicht wordt om extra financiële middelen te investeren in maatregelen ter voorkoming van zout waterlekkage, het niet voor de hand ligt dat deze ondernemer daar ook daadwerkelijk in gaat investeren?  Zo nee, waarom niet?

Tot slot wijst uw College in uw beantwoording er op dat in de omgeving van genoemde bedrijven nog immer aardappelen, bieten en tarwe groeien en dat deze gewassen op geen enkele wijze last ondervinden van de zoutwatercultures op de belendende percelen.

  • Kan uw College met redenen omkleed ontkennen, indien uw bewering juist is, dat dat mogelijk te danken is aan het feit dat deze genoemde bedrijven wel adequate preventieve maatregelen getroffen hebben om “zoutwater besmetting” van de omgeving tegen te gaan?
  • Kan uw College aangeven of uw bewering stoelt op (wetenschappelijk) onderzoek? Zo ja, welk(e) onderzoek(en)?

 

De Statenfractie van de Partij voor Zeeland blijft van mening dat het verstandiger en veiliger is om, ter voorkoming van calamiteiten, ondernemers te verplichten preventieve maatregelen te treffen, om de eventuele gevolgen van zoutwater lekkages zoveel mogelijk uit te kunnen sluiten.

 

In afwachting van uw beantwoording, verblijven wij,

 

 

Hoogachtend,

 

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ), François Babijn, Statenlid.