Wij zetten ons in voor het algemeen belang

Contact

Lijst Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
E-mail : info@lijstbabijn.nl

  Interact Network 2018

Waterdunen. (28-02-2010) Art. 44 vragen aan Gedeputeerde Staten van Zeeland namens de Partij voor Zeeland.

Aan       : Het College van Gedeputeerde Staten.
Onderwerp: Schriftelijke vragen conform Art. 44 van het Reglement van Orde van het Statenlid Johan Robesin,
Partij voor Zeeland (PvZ) m.b.t. het project “WATERDUNEN” in W.Z. Vlaanderen.
Hoek, d.d. 28-02-2010,

 

 

Geacht college,

Naar aanleiding van het verslag van de vergadering van de Stuurgroep Waterdunen (d.d. 16 december 2009), waar de Partij voor Zeeland de hand op heeft weten te leggen, willen wij van uw College graag opheldering over een aantal zaken.

*N.B. Aanwezig waren: de heer M. Wiersma (vz) en mevrouw Dekker (provincie), de heer M. ten Braak (gemeente Sluis), de heer C. Slager en de heer A. Boomert (Molecaten), de heer D. van der Zaag en de heer M. Hemminga (Het Zeeuwse Landschap), de heer L. Mangnus (waterschap Zeeuws-Vlaanderen), de heer P. Kuiper en de heer J. Peterson (projectbureau Waterdunen) en mevrouw M. Budde (verslag; provincie).

 

Vragen inclusief toelichting.

In het verslag lezen wij: ,,Vanuit het project Waterdunen is begin 2009 aan de rijksadviseur landschap, mevrouw Ytje Feddes, advies gevraagd over ons project. In haar advies staan wat minder handige passages over de kustversterking waarover wij niet gelukkig waren”.

1.      Onze fractie van de Partij voor Zeeland is benieuwd naar de inhoud van genoemde passages en wil van uw college weten of onze veiligheid mogelijkerwijs in het geding is.

Vraag m.b.t. ’t Killetje. ,,De heer Mangnus vraagt of het verwijderen van de palen geen invloed heeft op het gemaal. Merkt op dat dit wel onder zwakke schakels valt”.

2.      Wederom onze vraag aan uw college of onze veiligheid in deze gewaarborgd is.

Actualisatie kostenraming/GREX

,,Mevrouw Dekker stelt voor dit in de volgende stuurgroepvergadering explicieter op de agenda te zetten. De aangepaste kostenraming baart enige zorgen, er is sprake van een kostenstijging”.

3.      Onze fractie wil van uw college weten hoe groot deze kostenstijging uitvalt en merkt daarbij op dat de onderhoudskosten en eventuele schadeclaims daar ook nog bij dienen te worden opgeteld.

,,Ten aanzien van punt 34: De heer Boomert stelt dat het geleverde werk van het LEI onvoldoende was en dat als we echt antwoord op onze vragen willen hebben (verschil tussen warme bedden en uitponden) we betaald

vervolgonderzoek moeten laten doen. Vraag is of hier behoefte aan is. Mevrouw Dekker heeft een vraag naar de effecten van verschillende recreatieobjecten op de economie. Mogelijk kan dit in de workshop regionale effecten opgepakt worden. De voorzitter stelt voor dit de volgende keer op de agenda te zetten en dan te bekijken of we behoefte hebben aan nader onderzoek.”.

Onze fractie heeft de economische cijfermatige onderbouwing van het project Waterdunen altijd boterzacht genoemd. Deze passage in het verslag bevestigt dat.

4.      Wij willen van uw college weten of er nog betaalde vervolgonderzoeken komen m.b.t. deze beide genoemde punten. Zo nee waarom niet? Zo ja, welke kosten zijn hier dan mee gemoeid?

,,De voorzitter wijst erop dat we 10 maanden voor het besluit in PS zitten. De provincie zal zich in de breedte richten op de economische effecten. De recreatieomvang in West Zeeuwsch-Vlaanderen is niet in verhouding

met de natuur”.

5.      Wat bedoelt Gedeputeerde Wiersma, in zijn hoedanigheid als voorzitter van de stuurgroep, met de opmerking dat de recreatieomvang in West Zeeuwsch-Vlaanderen niet in verhouding is met de natuur?

,,De heer Ten Braak wijst erop dat er rekening dient te worden gehouden met de planning. Er zijn verkiezingen in maart. Vóór die tijd moeten we goede informatie naar buiten brengen. D'66 heeft aangegeven voor Waterdunen

te zijn. De partijen moeten weten wat de economische effecten zijn. De heer Kuiper merkt op dat de huidige regionale effectanalyse gebaseerd is op cijfers van de Kamer van Koophandel en uitgaan van het meest (wat opbrengsten betreft) ongunstige scenario.

 

In de laatste Statencommissie REW heeft Sociaal Zeeland gevraagd om uit te gaan van een gemiddelde. Dit wordt nog uitgezocht. Door uit te gaan van reëlere cijfers laat je zien dat onze gecommuniceerde inschatting aan de voorzichtige kant is.

 

De voorzitter stelt voor deze uitkomsten te benutten voor de communicatie van Molecaten. De heer Ten Braak stelt voor dit ook te koppelen aan het probleem van de krimp. Die wordt nu als een feit geaccepteerd. De voorzitter concludeert dat afstemming plaats zal vinden, zodat vóór de verkiezing er een update ligt.”.

,,Stageonderzoek Jurriaan Peterson.

De heer Peterson heeft tijdens de inloopbijeenkomsten een enquête gehouden. Hij is student communicatie aan de Hogeschool Zeeland. Het doet een actorenanalyse voor Waterdunen en zal de argumenten van de burgers in kaart brengen. Daarna volgt een literatuuronderzoek over strategieën om burgers te beïnvloeden”.

,,De heer Hemminga denkt dat er zielen te winnen zijn door positieve punten te onderschrijven of tegenargumenten te relativeren”.

6.      Kan uw college met feiten weerleggen, dat het hier geen voorstellen tot manipulatie betreft om de verkiezingsuitslag te beïnvloeden? Indien uw college dat niet kan weerleggen, bent u dan bereid de nodige stappen te ondernemen om de integriteit van de ‘Stuurgroep Waterdunen’ naar de toekomst toe te kunnen waarborgen?

,,Behandeling in Statencommissie REW 17 november.

De voorzitter merkt op dat hier slechts 1 inspreker insprak. De discussie spitste zich toe op of een voetpad of een fietspad of beiden. Er is brede instemming behalve van de PvZ. Het is verontrustend dat discussie wordt gevoerd op detailniveau. We zijn tot het uiterste gegaan binnen de randvoorwaarden. Het voetpad wordt vanuit recreatief belang gereduceerd. Dit is het uiterste wat men daar kan doen”.

7.      Kan uw college toelichten waarom het voetpad vanuit recreatief belang wordt gereduceerd; is dat geen ‘contradictio in terminis’?

,,Coördinatieregeling.

De voorzitter legt uit dat de besluiten bij de bevoegde gezagen blijven. Indien zij niet tijdig leveren, dan kan de provincie dit tot zich nemen. De voorzitter geeft aan dat als er uitzonderlijke dingen gebeuren er uitzonderlijke maatregelen genomen zullen moeten worden”.

8.      Geeft de voorzitter (Gedeputeerde Wiersma) hiermee het standpunt c.q. besluit van uw college weer, dat wat er ook gebeurt, het project Waterdunen in ieder geval doorgaat?

,,Rondvraag.

De heer Slager geeft aan met heel veel genoegen naar het rapport van de werkgroep Waterdunen-Groede te hebben gekeken. We moeten hier iets mee doen en meer aandacht aan geven. Neem het rapport serieus en laat iets van je horen. Dit is een belangrijk signaal. Mevrouw Dekker legt uit dat dit meegenomen wordt in de Antwoordnota”.

9.      Is uw college met onze fractie van mening dat er hier wederom sprake is van een poging tot manipulatie c.q. eenzijdige beïnvloeding; zo nee, waarom niet?

,,De heer Boomert vraagt naar het munitieonderzoek. De heer Kuiper stelt dat dit eerst verder uitgewerkt dient te worden. De ervaring van het waterschap zal op een rijtje worden gezet. Mevrouw Dekker geeft aan dat zij met de gemeente zal overleggen zodra helder is of zij geld krijgen (van het Rijk) voor recreatiewoningen”.

10.  Wie betaalt de rekening van het genoemde munitieonderzoek; wie betaalt het verwijderen van mogelijk aanwezige munitie en wat is de relatie met het krijgen van geld van het Rijk voor recreatiewoningen?

,,De heer Ten Braak merkt op dat voor de communicatie ook de uitkomsten van het detailhandelonderzoek van belang is”.

11.  Zijn de uitkomsten van genoemd detailhandelonderzoek reeds bekend en zijn die uitkomsten openbaar?

 

In afwachting van uw reactie, verblijven wij,

Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ), Johan Robesin te Hoek, voorzitter

 

P.S. De passages uit het verslag zijn letterlijk, inclusief fouten, overgenomen.