Wij zetten ons in voor het algemeen belang

Contact

Lijst Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
E-mail : info@lijstbabijn.nl

  Interact Network 2018

Art. 44 vragen m.b.t. de economische onderbouwing van het project 'Waterdunen'. (04-11-2008) Vragen aan Gedeputeerde Staten van Zeeland namens de Partij voor Zeeland.

 

Aan          :  Het College van Gedeputeerde Staten.

Onderwerp: Art. 44 vragen m.b.t. de economische onderbouwing van het project 'Waterdunen'.

Hoek, d.d. 04-11-2008,


Geacht College,

Toelichting


De Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ) kan zich niet meer aan de indruk onttrekken dat het kust combiplan “Waterdunen”, waarvoor thans een “inpassingsplan” (mogelijkheid tot onteigening) van de Provincie op stapel staat, een prestigeproject is geworden. Het moet kost wat kost gerealiseerd worden, terwijl ratio en onderbouwing volledig uit beeld raken.


Aangezien ons Statencommissielid Economie en Mobiliteit, de heer F. Babijn uit Oostburg, op maandag 27 oktober j.l. , tijdens een reguliere vergadering van deze commissie, niet in de gelegenheid werd gesteld om in de rondvraag te informeren naar de economische onderbouwing van “Waterdunen”, voelt onze fractie zich genoodzaakt dat alsnog te doen via het instrument van Art. 44-vraagstelling.


Wij wijzen er daarbij op dat de veelheid van vragen, die onze fractie stelt, op het Provinciehuis niet altijd en overal gewaardeerd wordt en ons de mogelijkheid al vaker is voorgehouden om vragen toch vooral in de commissiebijeenkomsten te stellen.


Uw College is van mening dat het werkgelegenheidseffect van “Waterdunen” beduidend is. Dit effect zou ondermeer voortvloeien uit een toename van het aantal toeristische bezoekers en verblijfsrecreanten. Onze fractie plaatst bij deze veronderstelling de nodige vraagtekens.


Vragen


  1. Is door Uw College rekening gehouden met de overige voorgenomen recreatieprojecten zoals de Baanstpolder, de Nieuwenhovenpolder, Cavelot en de Lampzinspolder?

  2. Waarom wordt gedacht dat er extra bezoekers naar de streek komen als het recreatieve profiel van W.Z. Vlaanderen - zwaartepunt op verblijfsaccommodatie en geen of weinig animatie – niet wezenlijk verandert?

  3. Waarom zou 300 ha “Waterdunen” genoeg animatie bieden? Waarop is dit vertrouwen gebaseerd?

  4. Waarom zou er geen verschuiving in de markt gaan plaatsvinden, waarbij oude accommodaties leeg blijven staan en de bezoekers vooral gebruik zullen maken van de nieuwe accommodaties en zou het niet zo kunnen zijn dat de werkgelegenheid mee verschuift naar de nieuwe accommodaties?

  5. Waarom is het antwoord op de stagnerende bezoekersaantallen in W.Z. Vlaanderen, het vergroten van het aanbod aan accommodatie?

  6. Waarom wordt er met het project “Waterdunen”, waar verbetering van de kaliteit toch de inzet zou moeten zijn, niet gelijktijdig het voorstel gedaan om evenveel oude accommodatie te saneren?

  7. Waarom is het werkgelegenheidsargument van belang? De werkloosheid is relatief laag in het gebied en het gaat met name om tijdelijke banen, die zich aan de onderkant van de markt bevinden. Op dit moment kunnen recreatiebedrijven moeilijk aan personeel komen; toeleveranciers in de sfeer van dienstverlening eveneens.

  8. Het project “Waterdunen” is een initiatief van twee particuliere partijen. Wat maakt het totstandkomen van “Waterdunen”dan tot publiek belang?

  9. Betekent de optiek van de Provincie, dat het hier een publiek belang betreft ook dat andere combinatieprojecten van natuur en recreatie nu ook een publiek belang opleveren of is zout water het doorslaggevende argument?

  10. Waarom vormen natuurprojecten of recreatieprojecten, indien los van elkaar gepresenteerd, geen publiek belang?

  11. In de Gebiedscommissie (d.d. 29.10.2008) is door de voorzitter, Gedeputeerde M. Wiersma, gesteld dat voor de rest van het gebiedsplan “de spelregels intact blijven”. Waarom?

  12. Jaarrondexploitatie. Het project “Waterdunen” integreert, evenals het merendeel van de nu reeds bestaande recreatiecentra aan de W.Z. Vlaamse kust, geen slechtweer voorzieningen. Deze bestaande recreatiebedrijven kennen een seizoensgebonden exploitatie. Waarop wordt dan de verwachte jaarrondexploitatie in het geval “Waterdunen” gebaseerd?

  13. Risico op faillissement. Het toerisme in het gebied loopt de laatste jaren, samen met de verhuur van vakantiewoningen, drastisch terug. Welke gevolgen heeft een eventueel en niet ondenkbaar faillissement?

  14. Stel dat ondernemer Molecaten tijdens de aanlegfase failliet zou gaan of door andere omstandigheden (crisis banksector) niet langer aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen, wie garandeert de Provincie dan dat het project “Waterdunen” ooit wordt voltooid. Wie draait er in dat geval op voor de financiële gevolgen? Kortom, welk scenario staat ons dan te wachten?

  15. Wat gebeurt er als met de op til zijnde economische recessie de zeer duur verworven gronden bedekt zijn met duinzand en Molecaten afziet van de bouw van de 400 geplande woningen plus een hotel? Kan Molecaten haar plannen bijstellen en bijvoorbeeld kiezen voor zogenaamde chaletbouw?

  16. Rood voor groenregeling. Deze regeling blijkt juridisch niet onderbouwd. Welke gevolgen kan dat hebben voor “Waterdunen”?

  17. Hoe groot is het totale financiële tekort, inclusief toezeggingen die nog niet hard zijn?

  18. Wie wordt eigenaar van de grond, die benodigd is voor “Waterdunen” ? Wie draagt in deze het risico en wie incasseert de revenuen?

  19. Wie gaat het (groot)onderhoud bekostigen? Te denken valt immers aan verzan-ding van de zoutinlaat en het estuariene gebied, als mede de noodzaak om na een storm het op- en aangewaaide zand van de paden e.d. te verwijderen.

  20. Minimaal vijf jaar lang overlast door aanlegwerkzaamheden (in die periode nadelige gevolgen voor de bestaande recreatieve sector). Hoe groot wordt het verlies aan inkomsten en arbeidsplaatsen ingeschat voor de in de betreffende regio gevestigde bedrijven?

  21. Is naar de mening van Uw College het verlies aan directe en indirecte arbeidsplaatsen, als gevolg van een noodgedwongen, onvrijwillig vertrek (zoals het zich thans laat aanzien) van de ter plaatse gevestigde agrarische ondernemers, realistisch in geschat?

  22. Risico zoute kwel (0-meting neemt volgens TNO twee tot drie jaar in beslag).Hoe gaat Uw College deze 0-meting integreren in het tijdsplan?

  23. Ten einde de waterkwaliteit binnen het gebied te kunnen waarborgen is wellicht een tweede zoutinlaat noodzakelijk (zie stukken). Wie gaat die bekostigen? Is het in dat licht bezien niet veel verstandiger om het onderdeel estuariene natuur los te koppelen?

  24. Gelet op de vele plannen voor ontpoldering, verzilting en vernatting, dan moet het uitgesloten worden geacht dat het in de bedoeling ligt, laat staan tot de mogelijkheden behoort om die gronden ooit nog voor landbouw te gebruiken. Is dit dan niet in strijd met de gemaakte FAO-afspraken over de voedselproductie (Rome 1996) ?

  25. Monetaire crisis. Is het naar de opvatting van Uw College ethisch, moreel en zakelijk verantwoord om ten tijde van een ernstige monetaire crisis, zoals thans actueel is, over te gaan tot onteigening van gronden?

  26. Statenvoorstel inpassingsplan “Waterdunen”. Planning: “De planning van VROM is erop gericht de uitgewerkte businesscase, nodig voor de onderbouwing van de bijdrage uit de Nota Ruimte Budget, op 20 november in het 5-directeuren-overleg en op 12 december 2008 in de Ministerraad te behandelen. Daarvóór is bestuurlijke helderheid nodig over het doorgaan van “Waterdunen”. Is Uw College met ons van mening dat deze volgorde van besluitvorming onacceptabel is?

  27. Indien de betrokken grondeigenaren uiteindelijk vrijwillig afstand of in de toekomst wellicht onvrijwillig afstand moeten doen van hun gronden, krijgen zij dan de mogelijkheid geboden om daarvoor in de plaats andere aaneengesloten gronden in de directe nabijheid terug te kopen? Zo nee, waar en op welke afstand liggen er dan aaneengesloten alternatieven?

  28. Acht Uw College het mogelijk, ten einde een aantal risico’s uit te sluiten, om Molecaten een waarborg af te laten geven of middels (bank)garantie te laten zorgen voor een financiële afdekking van de plannen?


In verband met besluitvorming (vergadering PS) omtrent het voorziene “inpassingsplan” op 14 november aanstaande, verzoeken wij Uw College op spoedige beantwoording van onze vragen.

Hoogachtend,

Statenfractie Partij voor Zeeland (PvZ),