Wij zetten ons in voor het algemeen belang

Contact

Lijst Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
E-mail : info@lijstbabijn.nl

  Interact Network 2018

Varkensstallen (+ bijlagen). (12-06-2008) Brief aan de Raad en het College van de Gemeente Sluis.

Aan          : De Raad en het College van de Gemeente Sluis.   
Onderwerp: Varkensstallen (+ bijlagen).
Oostburg, d.d. 12-06-2008,

Geachte heer/mevrouw,

Gezien het feit dat ik, inwoner van de Gemeente Sluis, tijdens een ‘openbare’ bijeenkomst (tweejaarlijks kernbezoek van B.&W. van de gemeente Sluis aan de kern Schoondijke) door Burgemeester J.F. Sala een spreekverbod opgelegd kreeg, zie ik mij genoodzaakt bij deze mijn vragen alsnog schriftelijk in te dienen.

Toelichting (bron: informatieavond 02-04-2008 te Schoondijke en Raadsvoorstel 24-04-2008).

·        Stankoverlast: de nieuwe maximale geurbelasting (odournorm: Ou per m3 lucht)*  voor de bebouwde kom van Schoondijke bedraagt 2.0 en voor het nieuwe woonwagenkamp eveneens 2.0 (*wet geurhinder en veehouderij art 3 punt c). (Zie bijlage.)
·        Huidige geurbelasting te Schoondijke, m.b.t. bovenstaande locaties, bedraagt 5,75; in de nieuwe situatie na ”samenvoeging” van de twee bedrijven (Aardenburg en Schoondijke) d.m.v. toepassing luchtwassers op zowel het nieuwe als het oude bedrijf  bedraagt deze 3,75. Deze cijfers werden bij de presentatie tijdens de informatieavond in Schoondijke expliciet genoemd, mede in combinatie met de 50-50 regel (zie bijlage). (N.B. De mondeling genoemde cijfers wijken wederom af van de cijfers die vermeld worden in de ter plaatse uitgereikte brochure.) Om de verwarring compleet te maken vermeldt het Raadsvoorstel (24-04-2008): ,,Er is een nieuwe Wet geurhinder en veehouderij en een wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij. Hieraan zal het samengevoegde bedrijf in Schoondijke moeten voldoen. Er kan geen aanspraak worden gemaakt op rechten op grond van de huidige situatie”.
·        Het Raadsvoorstel vermeldt tevens dat door gebruik te maken van een gesloten systeem, zgn. combi luchtwassers (chemische - en biologische wasser) en het toepassen van een co-vergistingsinstallatie binnen de inrichting te Schoondijke in de nieuwe situatie de geuremissie en de emissie van fijn stof  zal verminderen. Tijdens de informatieavond kwam met name naar voren dat de afname van fijnstof-emissie gebaseerd is op de aanname dat er minder vrachtwagenbewegingen worden verwacht. Navraag leert ons echter dat het ter plaatse geproduceerde mestvolume onvoldoende is om een dergelijke installatie fulltime te kunnen laten draaien en dat er tevens o.a. grote hoeveelheden vezelhoudende stoffen moeten worden aangevoerd en ook het “restafval” moet worden afgevoerd. Daar komt nog bij dat het collegevoorstel vermeldt dat het gezuiverde afvalwater indien mogelijk op openbaar water wordt geloosd; indien dat dus niet mogelijk is moet dat water eveneens over de weg worden afgevoerd.
·        Voor wat betreft de reductie van de geuremissie zijn we in hoge mate afhankelijk van de betrokken ondernemer die deze installatie moet monitoren en onderhouden. Er kan immers overlast veroorzaakt worden tijdens het opstarten van de installatie, bij storingen tijdens het vergistingproces c.q. productieproces, tijdens het toevoegen en het afvoeren van producten en door gebrekkig onderhoud.   
·        Na de beoogde aanpak van de N61 is het de bedoeling middels de realisatie van een gedeeltelijke rondweg het vrachtverkeer zo veel mogelijk te weren uit de kern Schoondijke; vrachtverkeer met bestemming varkensbedrijf  is vanaf dan echter genoodzaakt via deze bebouwde kom af en aan te rijden, met alle gevolgen van dien (gevaar + trilling en emissieoverlast).

Vragen.
1.      Moet het nieuwe toekomstig “samengevoegde” bedrijf  nu wel of niet voldoen aan de eisen (met name die m.b.t. geuremissie) welke geformuleerd zijn in de huidig van toepassing zijnde nieuwe wetgeving?
2.      Zo nee, loopt de Gemeente dan kans op schadeclaims, gezien het feit dat het nieuwe woonwagenkamp is aangelegd binnen een zone waar een OU norm 2.0 van toepassing is en deze norm ruimschoots overschreden wordt en wellicht ook in de nieuwe configuratie zal worden en hoe zit het met de bebouwde kom?
3.      Worden de eventuele kosten voor aanpassing en/of reparatie van het wegdek (inclusief weghalen drempels e.d.) op de toekomstige doorgaande route voor het vrachtverkeer (na aanpassing N61) reeds ingecalculeerd door Uw college?

Tot slot wil de Lijst Babijn U er op wijzen dat het bestaande varkensbedrijf van dhr. Raaijmakers te Schoondijke, een zogenaamde ‘groenlabelstal’, indertijd eveneens werd aangeprezen als ‘zo goed als geurloos’.

In afwachting van Uw reactie, verblijf ik,

Hoogachtend,

Lijst Babijn
François Babijn (voorzitter)
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
Fax : 0117 451207
E-mail : info@lijstbabijn.nl
Website: www.lijstbabijn.nl

Bijlage.
Wet van 5 oktober 2006, houdende regels inzake geurhinder vanwege tot veehouderijen behorende dierenverblijven (Wet geurhinder en veehouderij)

Artikel 3
1.
Een vergunning voor een veehouderij wordt geweigerd indien de geurbelasting van die veehouderij op een geurgevoelig object, gelegen:
a.
binnen een concentratiegebied, binnen de bebouwde kom meer bedraagt dan 3,0 odour units per kubieke meter lucht;
b.
binnen een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom meer bedraagt dan 14,0 odour units per kubieke meter lucht;
c.
buiten een concentratiegebied, binnen de bebouwde kom meer bedraagt dan 2,0 odour units per kubieke meter lucht;
d.
buiten een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom meer bedraagt dan 8,0 odour units per kubieke meter lucht.

2.
In afwijking van het eerste lid bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij:
a.
binnen de bebouwde kom ten minste 100 meter;
b.
buiten de bebouwde kom ten minste 50 meter.

3.
Indien de geurbelasting, bedoeld in het eerste lid, groter is dan aangegeven in dat lid of de afstand, bedoeld in het tweede lid, kleiner is dan aangegeven in dat lid, wordt een vergunning, in afwijking van het eerste en tweede lid, niet geweigerd indien de geurbelasting niet toeneemt en het aantal dieren van één of meer diercategorieën niet toeneemt.

4.
Indien de geurbelasting, bedoeld in het eerste lid, groter is dan aangegeven in dat lid, het aantal dieren van één of meer diercategorieën toeneemt, en een geurbelastingreducerende maatregel zal worden toegepast, dan wordt een vergunning verleend voor wijziging van het aantal dieren, voorzover de toename van de geurbelasting ten gevolge van die wijziging niet meer bedraagt dan de helft van de vermindering van de geurbelasting die het gevolg zou zijn van de toegepaste geurbelastingreducerende maatregel bij het eerder vergunde veebestand.