Wij zetten ons in voor het algemeen belang

Contact

Lijst Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
E-mail : info@lijstbabijn.nl

  Interact Network 2018

Kleine Windturbines in Sluis (22-12-2005) Het AANGENOMEN Raadsvoorstel.

G e m e e n t e S l u i s
Raadsvoorstel Pag. 1
Besluit van de Raad
d.d. 22-12-2005
Datum vergadering 22 december 2005 Nr. 16
Omschrijving agendapunt Voorstel tot het vaststellen van de beleidsvisie Kleine Windturbines in Sluis
Portefeuillehouder Wethouder L. Wille
Samenvatting
De provincie heeft een beleidsvisie kleine windmolens 2004 – 2007 opgesteld. Hierin zijn gebieden
aangewezen waar de bouw van windturbines kleiner dan 15 meter, onder voorwaarden, is toegestaan. In
het “Omgevingplan Zeeland” wordt deze beleidsvisie, die voor deze categorie turbines in gezamenlijk
overleg door provincie en gemeenten is opgesteld, gevolgd. Dit betekent dat het bouwen van turbines met
een tiphoogte tot 15 meter primair een zaak is van de gemeente. Landschappelijk kwetsbare gebieden, zgn.
gebieden die ecologisch en landschappelijk waardevol zijn, worden in principe uitgesloten.
Op industrieterreinen en in de zone “agrarische ontwikkeling richtinggevend” zijn kleine windmolens, onder
enkele voorwaarden, algemeen toegestaan.
Aan de raad,
Aanleiding
Het beleidsveld van de windenergie is volop in beweging. Er is sprake van verschillende
ontwikkelingen, op technisch en maatschappelijk gebied. Ook de interesse voor het plaatsen van
kleine windturbines neemt toe.
Op 28 april 2004 heeft GS de “Beleidsvisie kleine windturbine voor de Provincie Zeeland”
aangenomen. Het doel hiervan was een ruimtelijk beleidskader te scheppen voor het oprichten van
kleine windturbines (hierna KWT’s) tot een maximum van 15 meter. Gemeenten kunnen deze
beleidsvisie hanteren om concrete initiatieven te toetsen.
Met deze beleidsvisie beoogt het provinciebestuur op hoofdlijnen afstemming en uniformiteit in
regelgeving binnen de provincie te stimuleren. Het is aan de gemeente om het beleid wel of niet
over te nemen.
Soorten windturbines
De beleidsnotitie gaat over kleine windturbines naast of op gebouwen. Er is een onderscheid
gemaakt tussen wiekturbines en overige turbines. De wiekturbines mogen inclusief wieken
maximaal 15 meter hoog zijn. De overige turbines die niet alleen naast maar ook op gebouwen
kunnen staan hebben een maximale rotordiameter van 2 meter. Het verschil met de huidige grote
windturbines met een hoogte tot 150 meter is dat de kleine windturbines bedoeld zijn voor het
opwekken van energie voor eigen gebruik. De hoogte van 15 meter is bewust gekozen omdat deze
lager is dan de hoogte van de meeste populieren en daarom niet opvalt in het buitengebied.
Beleidsvisie Provincie
De provinciale beleidvisie is gebaseerd op drie pijlers: ruimtelijke aspecten, welstandseisen en
milieuaspecten. Een samenvatting van de beleidsvisie wordt hierna behandeld.
G e m e e n t e S l u i s
Raadsvoorstel Pag. 2
ruimtelijke aspecten
In het volgende schema is de toelaatbaarheid van de KWT’s gerelateerd aan de
omgevingscategorieën.
aard KWT
Wiekturbine overige turbines
gebiedscategorie
                                                  vrijstaand Op gebouwen vrijstaand Op gebouwen
kernen                                                   -                      -                   ±                   ±
Bedrijventerreinen                               +                     -                   +                   +
Landelijk gebied                                  ±                      -                  ±                    ±
Nutsvoorzieningen                              +                      -                  +                    +
+ Algemeen toelaatbaar, onder enkele voorwaarden
± In specifieke situaties toelaatbaar, zoals in de zone “agrarische ontwikkeling
richtinggevend”. In gebieden waar ecologische ontwikkeling en specifieke regionale
kwaliteiten richtinggevend zijn in principe niet toegestaan, mits er een goede
onderbouwing is.
- In beginsel niet toelaatbaar
Specifieke projecten, in de vorm van pilots, blijven mogelijk. Ook hier geldt echter de
voorwaarde van een goede onderbouwing op basis van een heldere visie en afgestemd op
de specifieke kenmerken van de locatie in relatie tot de omgeving.
Wiekturbines worden alleen vrijstaand toegestaan. In kernen zijn wiekturbines niet toegestaan.
Overige windturbines zijn in beginsel zowel op gebouwen als vrijstaand op een mast toelaatbaar.
Het effect op de omgeving van deze turbines is in het algemeen minder groot als wiekturbines. Bij
de plaatsing van KWT’s op bouwwerken dient specifieke zorg te worden besteed aan de visuele
relatie met de betreffende gebouwen.
Welstandsaspecten
Bij de toetsing van bouwaanvragen kan worden getoetst of de windturbines voldoen aan redelijke
eisen van welstand. Hiervoor zijn algemene richtlijnen. Over het algemeen levert dit geen
problemen op. Vrijstaande KWT’s worden als bouwvergunningplichtig aangemerkt.
Milieuaspecten
Door de relatief beperkte afmetingen, het beperkte vermogen en de toegepaste constructies zijn de
milieueffecten van KWT’s betrekkelijk gering. Veel turbines worden geplaatst bij vergunning- of
meldingsplichtige inrichtingen. Het toetsingskader van de Wet milieubeheer of het Besluit
voorzieningen en installaties en milieubeheer zal dan ook voor veel KWT’s worden toegepast.
De beleidsvisie van de provincie geeft een helder kader aan waarbinnen KWT’s wel of niet zijn
toegestaan.
Ieder gemeente dient zelf afwegingen te maken waarbinnen de KWT’s zijn toegestaan. Indien deze
passen binnen het beleidskader van de provincie hoeft geen goedkeuring aan de provincie te
worden gevraagd.
Bevoegd gezag
De beleidsvisie kleine windturbines is opgenomen in de aangegeven categorieën van gevallen als
bedoeld in lid 2 van artikel 19 WRO. Dit betekent dat burgemeester en wethouders, in beginsel,
zelfstandig vrijstelling kunnen verlenen van een bestemmingsplan, zonder voorgaande verklaring
van geen bezwaar van gedeputeerde staten.
G e m e e n t e S l u i s
Raadsvoorstel Pag. 3
Mogelijke gevolgen
overlast
Hoe de gemeenschap over windturbines in ons gebied denkt is bekend. Het gaat dan over
windturbines tot 150 meter. In de beleidsnotitie gaat het over kleine turbines waarvan de impact op
de omgeving minimaal is. Een mooi voorbeeld is de windturbine in de buurt van Potjes aan de
Provinciale weg. Deze windmolen is zodanig gesitueerd dat hij bijna volledig wegvalt in de
omgeving, ook omdat de bomen in de directe omgeving hoger zijn dan de windturbine. Veel
bezwaren vallen dan ook niet te verwachten.
Omdat de turbines in beginsel alleen op industrieterreinen en in het buitengebied mogelijk zijn is er
ook geen geluidsoverlast te verwachten. Daarbij komt nog dat de windturbines buiten een straal van
50 meter niet hoorbaar zijn.
planschade
Personen die zich voelen aangetast in hun woongenot kunnen een verzoek om planschade
indienen. Hier wordt tegenwoordig volop gebruik van gemaakt. Hoewel, gezien de grootte van de
windturbines, geen aanvragen om planschade verwacht worden, dient iedere aanvraag afzonderlijk
beoordeeld te worden. Dit betekent dat vooraf een inschatting kan worden gemaakt van de risico’s.
Bovendien is als gevolg van gewijzigde wetgeving deze planschade voor rekening van de
aanvrager. De gemeente loopt in dit geval geen risico.
Klimaatbeleid
De beleidsvisie past volledig in het door de raad vastgestelde uitvoeringsprogramma klimaatbeleid
2004-2008. Hierin wordt aangegeven dat de gemeente de opwekking van duurzame energie wil
stimuleren. Door het plaatsen van kleine windturbines mogelijk te maken wordt voldaan aan de
doelstelling van het uitvoeringsprogramma.
Conclusie
Door de beleidsvisie “kleine windturbines” van de provincie Zeeland over te nemen ontstaan
mogelijkheden om op verschillende locaties kleine windturbines te plaatsen. De beleidsvisie past
binnen het nieuwe gebiedsplan West Zeeuwsch-Vlaanderen “Natuurlijk Vitaal” en het nieuwe
“omgevingsplan Zeeland”. Daarnaast wordt ook voldaan aan de doelstellingen van de gemeente
met betrekking tot de uitvoering van het klimaatbeleid.
De commissie Ruimte heeft dit voorstel besproken op 22 november 2005 en heeft geadviseerd om
het voorstel ter besluitvorming in behandeling te nemen en adviseert het presidium
dienovereenkomstig te besluiten.
Oostburg, 4 oktober 2005
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN SLUIS,
Secretaris
mr. T.A.M. Reijns
Burgemeester
J.F. Sala
G e m e e n t e S l u i s
Raadsvoorstel Pag. 4
Bijlage(n):
Ter inzage:
· beleidsvisie kleine windmolens van de provincie;
· Besluit van GS waarin de gemeente wordt aangewezen als bevoegd gezag.
G e m e e n t e S l u i s
Raadsbesluit
DE RAAD VAN DE GEMEENTE SLUIS
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 4 oktober 2005
gelet op artikel Artikel 147, lid 2, van de gemeentewet
BESLUIT:
in te stemmen met de “Beleidsvisie kleine windmolens voor de provincie Zeeland”
nummer: 360.006908.00
datum: 28 april 2004.
Sluis, 22 december 2005
DE RAAD VOORNOEMD,
De griffier, De voorzitter,
mr. P.T.G. Claeijs J.F. Sala