Wij zetten ons in voor het algemeen belang

Contact

Lijst Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
E-mail : info@lijstbabijn.nl

  Interact Network 2018

Windmolens (29-10-2003) Brief aan de Raad van de Gemeente Sluis.

“Gevecht tegen Windmolens”
Aan              : De Raad van De Gemeente Sluis.
Onderwerp   : Windmolens. ( Dit naar aanleiding van de door Wethouder
                       Ir. R. Leentfaar geplande c.q. voorziene windmolens.)
Oostburg, d.d. 29-10-2003,
 
Geachte heer/mevrouw,
Voordelen : Schone energie? ( a ) Het kost een heleboel vuile energie om zo’n molen te fabriceren en te plaatsen; nadat ze versleten zijn resteert er afval.
( b ) Zonder subsidieregelingen zou bijvoorbeeld een molen van de afmeting die bij de kaasboerderij in Oostburg geplaatst is ( molens van een grotere afmeting mogen vaak niet geplaatst worden ) niet rendabel zijn. ( c ) Levering aan “het net” geschiedt tegen gereduceerd tarief.
( d ) Recent zijn de subsidies t.b.v. het plaatsen van molens op land ook nog eens substantieel verlaagd. ( e ) Onderhoudskosten en regelmatig optredende defecten moeten ook in de berekeningen meegenomen worden.
Voorstanders van windenergie overdrijven het effect van deze vorm van elektriciteitsopwekking, vindt bijvoorbeeld Professor Frans W. Sluiter. Ook worden in discussies steevast vermogen en energieopbrengst door elkaar gehaald. Met vermogen wordt bedoeld een energieopbrengst per tijdeenheid in megawatt. De opbrengst wordt normaal gesproken uitgedrukt in kilowattuur
( kWh ). De sterk wisselende opbrengst blijft een groot probleem. Bij windstilte levert een molen niets en boven windkracht 7 à 8 ook niet, want dan worden ze uitgeschakeld. Daartussen is de opbrengst afhankelijk van de werkelijke windsterkte. Dit leidt ertoe dat slechts 18% van het nominale vermogen effectief kan worden gebruikt.
Windturbines veroorzaken veel overlast dus moeten parken zover mogelijk van de bewoonde wereld vandaan worden gebouwd. Een voorbeeld van overlast door windturbines is het park Calantsoog ( NH ). Hier moesten ’s avonds en
’s nachts de turbines worden gestopt omdat niemand meer kon slapen door het lawaai.
 
Geluidsoverlast : Is een niet te onderschatten aspect. ( constant zoeven en
piepen; vooral hinderlijk in de zomer als men met geopend raam van zijn
of haar nachtrust probeert te genieten.) 
Het geluid van hoge windmolens is tijdens zomernachten tot 2 kilometer ver te horen. Dit kwam naar voren n.a.v. een onderzoek uitgevoerd door de Natuurkundewinkel van de Rijksuniversiteit van Groningen. In theorie zou het geluid niet verder mogen reiken dan 300 à 400 meter.
Deze onderzoekers zijn tevens van mening dat er te weinig onderzoek wordt gedaan naar de beleving van windmolens. “Als ze er eenmaal staan wordt er niet meer zo naar de bewoners geluisterd”, zegt ir. F. van den Berg van de wetenschapswinkel. ( Zie bijlage )
 
Algemene overlast: De blik wordt aangetrokken door de draaiende wieken
( dit heeft niets met reflectie te maken ) en het oor door het constante zoeven;
ook als de omgeving muisstil is vanwege windstilte beneden, blijkt het in een hogere luchtlaag nog wel te waaien, waardoor de overlast op zo’n moment vaak nog groter is.
 
Schaduwwerking en Ruimtegebruik : Als de zon zich ten opzichte van de persoon achter de molen bevindt wordt die persoon geconfronteerd met een bijzonder hinderlijk effect, de zogenaamde “slagschaduw”, alsof er om de paar seconden een lampje aan- en uitgaat.
Het directe ruimtegebruik is gering en bestaat uit een voetplaat. De molens dienen echter wel behoorlijk ver ( 400 à 600 meter, op zee nog verder ) uit elkaar geplaatst te worden om te voorkomen dat de ene molen zorgt voor de luwte van de andere. Het indirecte ruimtegebruik heeft te maken met gevaar en slagschaduwhinder. De slagschaduwhinder zou moeten worden onderzocht als woningen binnen een afstand van twaalf maal de ashoogte van de molen staan. Blijkt een woning meer dan vijf uur per jaar last van de molen te hebben, dan zou er een stilstandvoorziening moeten worden aangebracht. Dit geldt overigens niet als er een economische binding bestaat tussen de woning en de windmolen. Heeft bijvoorbeeld een boer een aandeel in de molen, dan hoeft geen maatregel worden genomen voor zijn boerderij; hij of zij kan immers van plaatsing afzien.
 
Gevaar : Losrakende wieken. ( Zie voorbeelden ) De wieken of delen van wieken komen in geval van stormschade niet vlak bij maar vaak vele honderden meters verder terecht waarbij ze een gevaar kunnen vormen voor alles wat ze op hun weg tegenkomen. Het afwerpen van ijsprojectielen en het feit dat een molen kan afknakken houdt ook veiligheidsrisico’s in. ( Oude windmolens voldoen meestal niet aan de veiligheidsnorm NVH 11400-0 waardoor zij een nog groter risico vormen dan nieuwe.)
Er vindt geen centrale registratie plaats van ongevallen met windmolens in Nederland. De rappoorten die er wel zijn bevatten vaak vertrouwelijke informatie. Over het algemeen kan een gebrek aan centrale registratie en/of meldingsplicht leiden tot een onderschatting van het aantal incidenten.
Windturbines moeten voldoen aan allerlei veiligheidseisen, bijvoorbeeld voorkomend uit certificering van de verschillende windturbine-componenten. In deze veiligheidseisen zijn ( nog ) geen normen opgenomen over afknaprisico’s van rotorbladen e.d. Ook zijn er op dit moment geen specifieke wettelijke minimum plaatsingsafstanden tot infrastructuur en gebouwen voorhanden op basis van veiligheidsoverwegingen. Wel zijn er aan te houden afstanden aangegeven voor bijvoorbeeld geluidsoverlast, lichtschittering en schaduwhinder; deze worden gegeven in het Ontwerpbesluit “Voorziening en Installaties Milieubeheer” ( VROM, 1999 ).
 
Horizonvervuiling: Spreekt voor zich.
 
Trekvogels : Het zijn gehaktmolens voor trekvogels. ( Ieder jaar tienduizenden slachtoffers )
Veel trekkende vogels gaan in een grote boog om de turbines heen ( mits ze die tijdig zien ), maar dit kost ontzettend veel energie. Als ze steeds weer moeten uitwijken voor windmolenparken zal ze dat zoveel meer energie gaan kosten dat ze hun eindbestemming wellicht niet halen. Naast aanvaringen kunnen windturbines verstoringen veroorzaken onder vogels die afhankelijk zijn van kwetsbare en schaarse leefgebieden. Vooral het broed- en foerageergedrag van  vogels wordt zo in de war geschopt. De draaiende wieken maken een zoevend geluid waar vogels niet van houden, maar ook de draaiende beweging zelf schrikt de vogels behoorlijk af. ( Op zee komt daar ook nog trillingsoverlast bij, wat tevens vissen afschrikt; studies onderbouwen dit.)
 
Levering van energie: Is nooit constant; moet altijd ondersteund worden
door “vuile” energie. Voor opslag van energie in de vorm van stuwmeren is in Nederland geen plaats. Opslag in de vorm van waterstof is nog niet aan de orde.
Een vorm van opslag zal noodzakelijk zijn als het aandeel windenergie meer dan 10% bedraagt. Als de wind plotseling wegvalt, moeten andere productie-eenheden de elektriciteitsvoorziening immers overnemen. Het is de vraag of die beschikbaar zijn, snel genoeg aangeschakeld kunnen worden en of de elektriciteitstransportinfrastructuur voldoende zwaar is om dit aan te kunnen. Incidenten in Noord-Duitsland en Denemarken geven aan dat extra infrastructuur en “energieopslag” nodig is. ( Zie bijlage )
 
Vroeger was bijna iedereen tegen de komst van windmolens. ( Overheid en milieuorganisaties e.d.)
Nu is het plotseling “de” alternatieve manier om schone energie op te wekken.
Kernenergie versus Kolencentrale, Gascentrale en Windmolen; welke vorm
is het minst vervuilend geeft het hoogste rendement en kost het minst?
Wat is “groene energie”; kernenergie uit het buitenland? ( Zie bijlage.)
 
In het niet ondenkbare geval dat ondergetekende het “gevecht tegen windmolens” zou verliezen heb ik nog een suggestie. Windmolens in de vorm van de uitvinding van dhr. J. Cousteau ( turbosail, zie bijlage ) zouden het draagvlak bij de bevolking kunnen verhogen; de draaiende wieken die een groot deel van de horizonvervuiling veroorzaken en tevens verantwoordelijk zijn voor het sneuvelen van trekvogels zijn hier niet van toepassing; de vraag is alleen of dit technisch en financieel realiseerbaar is.
Nog een mogelijkheid die bij het onderzoek naar alternatieven zou kunnen worden betrokken is de huidige ontwikkeling van “onderwater turbines” al dan niet i.c.m. getijdenwerking.
( Projecten in zee komen in aanmerking voor een hogere subsidie dan die op land; daar staat tegen over dat deze projecten ook veel duurder uitvallen.) Deze mogelijkheid heeft natuurlijk alleen zin als men op nationaal of internationaal vlak geïnteresseerden zou kunnen aantrekken om een dergelijk project te financieren, met uiteraard daaraan gekoppeld de eis dat het ons per saldo ook iets oplevert.
 
Windenergie : Deze energiebron lijkt in het windrijke Nederland een aanzienlijk potentieel te hebben, vooral op de Noordzee. Het is echter de vraag of er, gezien alle concurrerende ruimteclaims, netto voldoende ruimte is om die potentie te realiseren. De infrastructuur voor de afvoering van windenergie is nog volstrekt onvoldoende en er zal ruimte moeten worden gereserveerd voor speciale faciliteiten voor “opslag”, onderhoud en reparatie. Daar komt bij dat in Nederland elektriciteit goedkoop te produceren is door de aanwezigheid van aardgas; windenergie zal mede daardoor, zonder heffing op fossiele brandstoffen, altijd duurder zijn.
 
Nadat U de diverse bijlagen gelezen heeft bestaat de kans dat U samen met mij de conclusie zult delen dat er binnen de Gemeente Sluis geen plaats is voor “luchtfietserij” en wij terdege rekening dienen te houden met het welzijn van onze inwoners. 
Ik besluit met de vaststelling dat mensen die voorstander zijn van windmolens ze die meestal liever niet in hun achtertuin willen.
 
 
In afwachting van Uw reactie, verblijf ik,
 
 
 
Hoogachtend,
 
François Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel.      : 0117 452945
Fax.     : 0117 451207
E-mail : 
 
P.S. ( 1 ) Bij het beschrijven van de verschillende vormen van overlast die een
               windmolen veroorzaakt kan ik putten uit een jarenlange persoonlijke
               ervaring.
       ( 2 )  Leest U vooral de bijlagen; deze zouden de meest doorgewinterde
                voorstander van windmolens tot inkeer moeten kunnen brengen.
       ( 3 ) Als de burger in de toekomst van energie voorzien wil worden tegen
een betaalbare prijs kunnen we m.i. niet zonder kernenergie. De problemen van het tot in lengte van jaren gevaar opleverende nucleaire afval zal naar verwachting op den duur opgelost worden door de voortschrijdende technologische ontwikkelingen. ( Zie bijlage.)
Blijft over de risico’s die kerncentrales met zich meebrengen  i.v.m. mogelijke terroristische aanslagen en het kostenaspect van eventueel nieuw te bouwen centrales; deze zullen gefinancierd dienen te worden door de overheid. ( De branche zelf investeert liever in andere centrales; deze zijn stukken goedkoper.)
       ( 4 ) Recente ontwikkelingen in België baren mij ook grote zorgen; men heeft wederom het plan opgevat een windmolenpark in zee op de Vlakte van Raan ter hoogte van de Gemeente Knokke-Heist aan te leggen en niet op de veel verder uit de kust gelegen Thorntonbank; dit valt ruim binnen ons gezichtsveld.