Wij zetten ons in voor het algemeen belang

Contact

Lijst Babijn
Bakkersstraat 59
4501 RB Oostburg
Tel. : 0117 452945
E-mail : info@lijstbabijn.nl

  Interact Network 2017

COALITIE-AKKOORD 2010-2014.

 

Coalitie-Akkoord 2010-2014.

Van CDA, VVD, PvdA, D&T en D66.

“KADERS VOOR EEN VERANTWOORDE TOEKOMST.”

 

 

 

Programma 1       Algemeen Bestuur 

 

 

1.1 Krachtig bestuur

Een heldere rolverdeling tussen raad en college en een goed samenspel van raad en college dient bij te dragen aan een krachtig en betrouwbaar bestuur. Om dat te bereiken zullen de aan de raad aangeboden voorstellen veel meer een kaderstellend karakter dienen te hebben. Het college dient daartoe op korte termijn met voorstellen te komen. Voorts zal het college daartoe de wijze van informatieverstrekking aan de raad kritisch bezien.

 

Ter vergroting van de effectiviteit en efficiency van raads- en commissievergaderingen zullen op korte termijn noodzakelijke aanpassingen in de reglementen van orde plaatsvinden. 

 

Er dient voor de zomer 2011 te worden nagegaan of er wijziging dient te komen in de omvang van het huidige gemeentelijke takenpakket in relatie tot de beschikbare financiële en personele middelen, waarbij het uitgangspunt is de wettelijk verplichte taken op de meest efficiënte wijze uit te voeren taken. De uitvoering van niet-wettelijke taken en de daaraan verbonden uitgaven dienen kritisch tegen het licht te worden gehouden. Het college zal tevens voorstellen doen om te onderzoeken op welke wijze de bestuurskracht van de gemeente kan worden versterkt in relatie tot dit onderzoek over de omvang van het gemeentelijke takenpakket mede ter vergroting van de effectiviteit en de efficiency van de gemeentelijke organisatie. De omvang van het ambtelijk apparaat is afhankelijk van het uit te voeren takenpakket. In relatie hiermee en vanwege de financiële positie van de gemeente zal ook worden nagegaan of er bijstelling moet plaatsvinden van het gemeentelijk ambitieniveau.

 

De gemeente neemt deel aan benchmarken op basis waarvan zal worden beoordeeld of maatregelen ter optimalisering van het functioneren van de gemeente noodzakelijk zijn.

 

 

1.2   Toekomstvisie

Er dient een strategische visie voor de langere termijn te worden ontwikkeld, waarin is vast-gelegd hoe de toekomst van de gemeente Sluis zowel in ruimtelijk-economische zin als in sociaal-maatschappelijke zin gestalte moet worden gegeven, rekening houdend met finan-ciële en demografische problemen waarvoor de gemeente zich gesteld ziet.  Deze visie zal de basis zijn voor de in de toekomst te maken politieke en integrale keuzes en duidelijk moeten maken op welke wijze de gemeente zich op de langere termijn zou moeten ontwik-kelen en welke positie er daarbij in regionaal c.q. Zeeuws verband kan worden ingenomen. Een dergelijke visie zal op korte termijn dienen te worden opgesteld, zodat de raad zich nog dit jaar hierover kan uitspreken. Vervolgens dient het college deze strategische toekomstvisie naar concrete beleidsplannen voor de langere termijn te vertalen en aan de raad voor te leggen.

 

 

1.3   Dienstverlening

De gemeente maakt met voortduring werkt van de verbetering van de dienstverlening. De vraag van klanten en de behoeften van klanten dient centraal te staan. Oplossingsgericht werken en een persoonlijke benadering staan voorop. Overbodige regels zullen worden geschrapt en onnodige indieningsvereisten zullen worden opgeheven. Burgers, bedrijven en instellingen zullen hun zaken snel en zeker kunnen regelen. Zij krijgen online inzicht in de gegevens die de overheid van hen heeft. De dienstverlening is voor iedereen toegankelijk en bereikbaar. Hiervoor wordt samen gewerkt met andere instanties. Eenmaal bekende gegevens worden niet nogmaals gevraagd. Het college dient binnen een jaar een dienst-verleningsconcept met servicenormen op te stellen welke ook worden uitgedragen

 

De in het Informatiebeleidsplan opgenomen projecten dienen binnen het beschikbare budget met voortvarendheid te worden uitgevoerd.

 

Het college dient zorg te dragen voor een permanente borging van een cliëntgerichte cultuur waarin dienstbaarheid centraal staat en verkokering bestreden wordt.

 

 

1.4   Demografische ontwikkelingen en kernenbeleid

De krimp van de bevolking zal de komende jaren met de verbetering van de financiële positie van de gemeente het allesoverheersende thema op vele beleidsterreinen zijn. Op gemeente-niveau zal een goede agenda moeten worden opgesteld om de problemen op een adequate wijze het hoofd te kunnen bieden. Als uitvloeisel van de Toekomstvisie dienen de kansen en bedreigingen van de krimp, zowel op lokaal als op regionaal niveau in beeld te worden gebracht. Daarbij dient er een woonspoor en een voorzieningenspoor te worden gevolgd. De uitkomsten hiervan dienen binnen een jaar in concrete beleidsplannen te worden neergelegd en aan de raad te worden aangeboden. Dit beleid kan overigens onderdeel zijn van andere beleidsplannen (bijv. de woonvisie). Het beleid dient in nauwe samenwerking met burgers, ondernemers, maatschappelijke partners, collega-gemeenten in de regio en andere over-heidsinstanties te worden uitgevoerd.

 

Er wordt een appel gedaan op de burgers van de kernen om in een vroeg stadium een actieve bijdrage te leveren aan de toekomstige ontwikkeling in hun kern met het oog op de demografische ontwikkelingen. Burgers zijn eerst en vooral zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun leefomgeving. Plannen zullen door en met de inwoners van de kernen worden opgesteld. Deze plannen dienen te resulteren in concrete uitvoeringsplannen die de kernen voor zover mogelijk onder eigen verantwoordelijkheid op moeten kunnen pakken.

 

Ten aanzien van de kernen is er sprake van gezamenlijk samenhangend collegebeleid, waardoor wordt afgezien van de aanwijzing van kernwethouders. Het college zal wel zorgdragen voor de aanwijzing van contactwethouders ten behoeve van de jaarlijkse contacten met de dorps- en stadsraden.

 

 

1.5   Promotie

De deelname van de gemeente in UwNieuweToekomst wordt gecontinueerd Benodigde gelden voor het initiëren, stimuleren en uitvoeren van regionale promotionele en econo-mische activiteiten dienen beschikbaar te worden gesteld en dienen effectief en efficiënt te worden ingezet. Dit jaar dient onderzocht te worden of er door het bundelen van promotie-budgetten (UwNieuweToekomst, Imagoloket, VVV) er een verbetering van marketingslag-kracht en een effectievere promotie kan worden bereikt. Positionering en heldere keuzes dienen het uitgangspunt te zijn.

 

 

1.6   Samenwerking

De gemeente zet sterk in op vergroting van de intergemeentelijke samenwerking, zowel op Zeeuws-Vlaams als op Zeeuws gebied. Deze samenwerking is gericht op samenwerking op strategisch niveau en op samenwerking op operationeel niveau. Op Zeeuws niveau komt deze strategische samenwerking tot uitdrukking in de deelname aan de Zeeuwse strate-gische agenda. Op Zeeuws-Vlaams niveau dient de strategische samenwerking tot uiting te komen in de onderling afgestemde structuurvisies.

 

In het kader van de operationele samenwerking dient onderzocht te worden of de kwaliteit, kwantiteit en efficiency van zowel interne als externe gemeentelijke diensten kunnen worden vergroot door intensieve samenwerking met andere Zeeuws-Vlaamse en/of Zeeuwse gemeenten. Onderzoek naar de invoering van een breed opgezette regionale gemeen-schappelijke ondersteunende dienst op het gebied van personele aangelegenheden, organisatie, automatisering dient hiervan onderdeel uit te maken.

 

De samenwerking in GOS-verband met de Vlaamse gemeenten wordt voortgezet. De mogelijkheden tot het opzetten van een samenwerkingsvorm met de Universiteit Gent dienen met voorrang te worden onderzocht.

 

 

1.7   Regelgeving

In de op te stellen gemeentelijke regelgeving dienen de administratieve lasten voor burgers en bedrijven waar mogelijk te worden verminderd. Wettelijke mogelijkheden om dit te bereiken dienen te worden benut. Werkprocessen dienen hierop te worden toegesneden. Er dient ruimhartig gebruik te worden gemaakt van het VNG-ondersteuningsprogramma. Be-sluiten en regelgeving dienen te worden getoetst op nut, noodzaak en samenhang.

 

 

1.8   Handhavingsbeleid

Er dient te worden ingezet op een adequaat integraal handhavingsbeleid.Er dient strikt toezicht te worden uitgeoefend op de juiste uitvoering van bouw- en milieuregelgeving, be-stemmingsplannen, Algemene Plaatselijke Verordening en de hierop gebaseerd beleids-regels. Daarbij zal de gemeente eenduidig zijn, onnodige toezichtslast verminderen en duidelijk maken wie waarvoor verantwoordelijk is.

 

 

1.9   Ambtelijke organisatie

De kwaliteit van het gemeentelijk apparaat zal via een voortdurend opleidingstraject op alle posities op een adequaat niveau worden gebracht. Wat de omvang betreft zal er een goede balans moeten zijn in de aanwezige capaciteit. Dit zal een voortdurende afweging dienen te zijn.

 

Het college dient de beschikbare personele kwaliteit en de wijze van bedrijfsvoering aan een voortdurende evaluatie te onderwerpen.

 

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               

 Programma 2         Openbare orde en veiligheid

 

 

2.1  Veiligheid

De gemeentelijke regierol op het gebied van veiligheid dient gestalte te krijgen in een integraal gemeentelijk veiligheidsbeleid. Dit beleid dient in de eerste helft van deze raadsperiode gestalte te krijgen. Samenwerking met andere partijen is hierbij een essentiële voorwaarde. Het bestuurlijk districtsoverleg Zeeuws-Vlaanderen heeft een meerwaarde en dient te worden gecontinueerd evenals het lokale overleg tussen politie, brandweer en gemeentelijke toezichthouders.

 

De van het rijk ontvangen middelen voor de uitvoering van veiligheidstaken zullen worden ingezet op de onderdelen waarvoor ze ontvangen worden, opdat het sociale en het subjec-tieve veiligheidsgevoel worden verbeterd.

 

Op het terrein van veiligheid dienen alle partners een inbreng te leveren

 

 

 

2.2  Brandweer

Het Beleidsplan Brandweer Sluis 2010-2013 wordt uitgevoerd. Binnen de financiële mogelijk-heden wordt verder gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteitseisen, zoals die zijn gesteld door de Minister van BZK. Via de gemeentelijke financiering van de Veiligheidsregio Zeeland dient de gemeente te sturen op de door de Veiligheidsregio gestelde prioriteiten en op de investeringen in personeel en materieel.

 

De medewerking aan de regionalisering van de brandweer tot één brandweer Zeeland wordt voortgezet.

 

Ook wordt in samenwerking met de ambulancedienst verder gewerkt aan de plannen voor de realisering van de brandweerkazerne in Oostburg. Ook de huisvesting van Gemeentewerken zal hierbij betrokken worden. Besluitvorming zal dienen plaats te vinden binnen de context van de financiële positie van de gemeente.

 

 

2.3  NGE-beleid

Het college dient op korte termijn met voorstellen te komen op basis waarvan een verantwoord gemeentelijk NGE-beleid (Niet-Gesprongen Explosieven) kan worden vast-gesteld.

 

 

 

Programma 3     Verkeer, vervoer en waterstaat

 

 

3.1  Parkeerbeleid

De uitwerking van de Parkeerbeleidsvisie in deelvisies dient met voortvarendheid ter hand te worden genomen. Deze deelvisies dienen uit te gaan van eenduidigheid. Belangrijke aan-dachtspunten daarbij zijn de parkeertarieven, parkeernormering, de vraag naar parkeer-plaatsen in relatie met het aanbod, inrichtingsaspecten, beïnvloeding van parkeergedrag en de financiële aspecten van parkeervoorzieningen. De belangen van de lokale bevolking mogen daarbij niet veronachtzaamd worden. Aan de deelvisies voor het kustgebied en de kern Sluis dient voorrang te worden gegeven.

 

 

3.2  Beheer en onderhoud openbare ruimte

Het beleid ten aanzien van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte zoals neer-gelegd in de beheerplannen wegen en groen en het gemeentelijk rioleringsplan wordt gecon-tinueerd. Jaarlijks dient op basis van monitoring te worden bezien of de kwaliteitsniveaus, de prioritering en de financiering bijstelling behoeven.

 

 

3.3  Openbaar vervoer

De kwaliteit en het gebruik van het openbaar vervoer is een blijvend punt van aandacht met het oog op de bereikbaarheid en leefbaarheid van de kernen en de mobiliteit van de burgers.

 

De proef met het gratis openbaar vervoer voor 65+ zal worden geëvalueerd, mede in het licht van de financiële positie van de gemeente.

 

 

 

 

 

3.4  N61

Na afronding van de besluitvorming over de realisering van de aanpassing van de N61 dienen er flankerende maatregelen getroffen te worden, welke in elk geval betrekking dienen te hebben op de herinrichting van de kern Schoondijke en de verkeersafwikkeling in de kern IJzendijke. Deze flankerende maatregelen zullen worden gefinancierd met de budgetten die beschikbaar komen middels de afkoopsommen van de doorgaande rijkswegen in Schoon-dijke.

 

 

 

Programma 4     Economische Zaken

 

 

4.1  Economische ontwikkelingen

Het gemeentelijk economisch beleid dient gericht te zijn op het versterken van de econo-mische pijlers van de regio, met name de recreatie- en toeristische sector.

 

De gemeente dient binnen haar mogelijkheden voorwaarden te scheppen voor een goed ondernemersklimaat in alle economische sectoren. De contacten met ondernemers-organisaties zullen worden geïntensiveerd.

 

Het vergroten van de werkgelegenheid zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin staat in het handelen van de gemeente centraal, onder andere via een intensievere samenwerking met de N.V. Economische Impuls Zeeland en versterkingen in de recreatieve sector.

 

 

4.2  Bedrijventerreinen

De gemeente dient in samenwerking met de N.V. Economische Impuls Zeeland een actief acquisitiebeleid te voeren om te bereiken dat de voorraad uitgeefbare grond versneld kan worden uitgegeven en inkomsten kunnen worden gegenereerd. De voor de bedrijven-terreinen vastgestelde exploitatie-opzetten dienen jaarlijks te worden herzien, zodat adequaat kan worden ingespeeld  op de vraag.

 

De vestigingsvoorwaarden die gelden voor de bedrijventerreinen dienen binnen een jaar te worden geëvalueerd. Er dient bij voortduring te worden ingezet op een efficiënt en kwalitatief gebruik van de bestaande voorraad bedrijfsgrond.

           

 

4.3  Centrum Oostburg

De aantrekkingskracht van het centrum van de kern Oostburg dient te worden verbeterd. Het college dient ervoor zorg te dragen dat besluitvorming over deze voor de kern Oostburg belangrijke impuls door de raad op korte termijn kan plaatsvinden. Deze besluitvorming dient wel plaats te vinden binnen de kaders van de algehele financiële positie van de gemeente.

 

 

4.4  Economische impuls Sluis

De uitwerking van de door de raad vastgestelde nota voor de structuurversterking van de kern Sluis dient met voortvarendheid ter hand te worden genomen. Het college dient ervoor zorg te dragen dat besluitvorming op korte termijn kan plaatsvinden.

 

Het college dient zich samen met de Middenstandsvereniging en de Stadsraad Sluis vast-houdend in te zetten voor het behoud van de koopzondagen in Sluis. Het college zal zich evenzeer inzetten voor het behoud van de koopzondagen ook in de andere kernen. 

 

4.5  Economische ontwikkelingen landelijk gebied

Er dient in samenwerking met de provincie te worden gestreefd naar een ontwikkeling van het landelijk gebied die zorgt voor een duurzame werk- en leefomgeving en die de planologische mogelijkheden van het landelijk gebied benut. In het regelmatige bestuurlijke overleg met de provincie dient dit aan de orde te worden gesteld. Waar mogelijk dient er ruimte te zijn voor plattelandsondernemers met nieuwe of verbrede activiteiten, zoals zorg-boerderijen, agritoerisme, detailhandelsactiviteiten e.d. Het dient te gaan om ontwikkelingen die kwaliteit aan een gebied toevoegen op basis van een gebiedsgerichte benadering met ruimte voor maatwerk  binnen de formele regelgeving.

 

 

4.6  Verkoop gemeentelijke eigendommen

Het college dient zich in te zetten voor de verkoop van gemeente-eigendommen. Zij dient in een kaderstellend voorstel dit jaar aan te geven welke eigendommen in aanmerking komen om te worden afgestoten. De verkoop dient gericht te zijn op het genereren van inkomsten teneinde de financiële positie van de gemeente te verbeteren.

 

 

4.7  Aanbestedingsbeleid

Het gemeentelijk aanbestedingsbeleid dient in de eerste helft van deze raadsperiode door het college te worden geëvalueerd.

 

 

 

Programma 5          Onderwijs

 

 

5.1  Onderwijs

Het college dient op korte termijn een nieuwe visie op de toekomst van het onderwijs op te stellen in relatie met de demografische ontwikkelingen en deze aan de raad aan te bieden. Bij het opstellen van deze visie dienen het werkveld en de ouders te worden betrokken. De behandeling van deze visie dient plaats te vinden in openbare discussiebijeenkomsten. De kwaliteit van het onderwijs dient te zijn gewaarborgd.

 

De gemeentelijke schoolgebouwen moeten meer dienstbaar gemaakt worden aan het onder-steunen van het sociale leven in de kernen. Het college dient hiervoor in de eerste helft van deze raadsperiode voorstellen te doen.

 

 

5.2  Brede Scholen

De realisering van de Brede Scholen Oostburg en Breskens binnen het door de raad vastge-stelde budget heeft prioriteit. Het aantal voorzieningen in de Brede Scholen dient op dit budget te worden afgestemd. Er dient te worden gezocht naar maatwerk.

 

 

5.3  Permanente educatie

Het college dient op korte termijn een onderzoek te starten naar de synergievoordelen van onderwijs, bedrijfsleven en overheid waarmee een basis kan worden gelegd voor de ont-wikkeling van de regio.

 

 

 

 

5.4  Leerlingenvervoer

Om de vastgestelde taakstellende bezuiniging te kunnen realiseren zal een nieuwe veror-dening op het leerlingenvervoer worden vastgesteld, die zich beperkt tot de wettelijke verplichtingen en uitgaat van een striktere toetsing van aanvragen. Deze verordening dient op korte termijn aan de raad ter vaststelling te worden aangeboden.

 

 

 

Programma 6     Cultuur en recreatie

 

 

6.1  Cultuur, monumenten, archeologie

Het cultuurbeleid dient gericht te blijven op het behoud van de specifieke culturen van de verschillende kernen. In het cultuurbeleid dient rekening te worden gehouden met een verbreding naar de sociale, economisch-toeristische en ruimtelijke terreinen en er dient rekening te worden gehouden met beeldbepalend erfgoed.

 

Met het gemeentelijk kunstbezit dient op een verantwoorde wijze te worden omgegaan.

 

Het college dient op korte termijn met voorstellen te komen op basis waarvan een verant-woord gemeentelijk monumentenbeleid kan worden vastgesteld.

 

Er zal een gemeentelijk archeologiebeleid worden opgezet ten behoeve van het aanpassen en vernieuwen van bestemmingsplannen. Het college dient hiervoor in de eerste helft van deze raadsperiode voorstellen te ontwikkelen.

 

De restauratie van het Belfort, ondergebracht in het Project Belfort, dient op een verant-woorde wijze te worden voortgezet.

 

Er zullen geen extra gemeentelijke middelen worden ingezet voor het vergroten van de gebruiksmogelijkheden van de Sint Baafs in Aardenburg.

 

 

6.2  Recreatiebeleid

Er dient een herbezinning van het recreatiebeleid plaats te vinden. Ingezet dient te worden op kwaliteitsverbetering, seizoensverlenging en een verbreding van het toeristische product. Aan de versterking van de toeristische, recreatieve infrastructuur dient in het beleid prioriteit te worden toegekend. Uitgangspunt is dat sanering van bestaande parken vooraf dient te gaan aan investeringen in nieuw parken. Waar mogelijk dient beschikbare investeringsruimte te worden ingezet voor de kwaliteit van het gemeentelijk gebied.

 

Samenwerking met de recreatiesector dient te worden gestimuleerd opdat een kwalitatief goede leefomgeving kan worden gerealiseerd.

 

 

6.3   Kampeerbeleid

De besluitvorming ten aanzien van het kampeerbeleid en het hierop gebaseerde bestem-mingsplan Recreatieverblijfsterreinen dient zo snel als mogelijk is te worden afgerond.

 

 

6.4   Strandbeleid

Het college dient op korte termijn te komen met integrale kaderstellende voorstellen op het gebied van onder andere strand en strandvoorzieningen, strandreiniging en strandbewaking.

 

 

6.5   Sport en sportvoorzieningen

In relatie tot de demografische ontwikkelingen (zie 2.4) dient het college in de eerste helft van deze raadsperiode een visie op te stellen over de toekomst van de sport(voorzieningen) in de gemeente. In deze visie dienen in elk geval de mogelijkheden van privatisering van sport-voorzieningen aan de orde te komen.

 

De jaarlijkse sporthuldiging is afgeschaft. Wel zal aandacht worden besteed aan sporters die een uitzonderlijke landelijke prestatie hebben geleverd.

 

 

6.6   Bibliotheek

Het college dient aan de raad in de eerste helft van deze raadsperiode een visie voor te leggen waarin een kader wordt geschapen voor het bibliotheekbeleid van de komende jaren. In deze visie dienen de kernfuncties te worden vastgelegd. Ook de mogelijkheden van een samenvoeging met de bibliotheek/ mediatheek in het Zwincollege in Oostburg dienen aan de orde te komen.

 

De afspraak met de Stichting Bibliotheek Zeeuws-Vlaanderen over het verzorgen van wissel-collecties op de basisscholen, een boek-aan-huisdienst en experimenten met e-book/I-pad blijft gehandhaafd.

 

 

6.7   MFC IJzendijke

Voor het MFC IJzendijke is slechts het van het maximaal beschikbare budget resterende bedrag beschikbaar om te worden ingezet voor de realisering.

 

 

 

Programma 7     Sociale voorzieningen en zorg

 

 

7.1   Sociaal beleid

Het uitgangspunt blijft, dat de gemeente Sluis ondanks de noodzakelijke bezuinigingen en het strakke financiële beleid een beschaafde gemeente is waar de sociaal zwakkeren worden ontzien. Het uitgangspunt is behoud van het niveau van de bestaande voorzieningen en een evenwichtig en doeltreffend minimabeleid op basis waarvan een ieder kan blijven deelnemen aan het maatschappelijk leven, doch zoveel mogelijk binnen de kaders van het rijksbeleid. Ook vangnetten en minimabeleid worden gehandhaafd op het huidige niveau binnen de kaders van het rijksbeleid.

 

Aan de bestrijding van stille armoede dient prioriteit te worden toegekend. Het verdient aanbeveling een beleidsnota armoedebeleid vast te stellen.

 

Er dient op korte termijn een verordening schuldhulpverlening aan de raad ter vaststelling te worden aangeboden.

 

Uitgangspunt van beleid is, dat in Oostburg de Dethon-vestiging met een breed werkveld behouden dient te blijven.

 

 

7.2   WMO

Het nieuwe WMO-beleidsplan zal in het teken dienen te staan van de komende bezui-nigingen. Een voortzetting van het huidige beleid dient te worden nagestreefd.

 

 

7.3   Centrum Jeugd en Gezin

Binnen twee jaar dient een evaluatie van het Centrum voor Jeugd en Gezin plaats te vinden.

 

 

7.4   Participatie

De maatschappelijke participatie dient vanuit een integrale visie bij voortduring te worden bevorderd. Voor hen die niet aan het werk komen zal ernaar worden gestreefd participatie-voorzieningen in het leven te roepen.

 

 

7.5   Subsidies

Gelet op de gemeentelijke financiële positie zal het huidige subsidiebeleid worden doorgelicht en worden bijgesteld in het kader van een reductie van collectieve en individuele voor-zieningen. Prestatieafspraken dienen steeds onderdeel van het subsidiebesluit te zijn.

 

Het college dient met het oog op het realiseren van de nodige bezuinigingen op korte termijn te onderzoeken of aanpassing van het contract met de Stichting Maatschappelijk Werk haal-baar en wenselijk is.

 

Het college dient met de Stichting Welzijn binnen een jaar afspraken te maken over een verantwoord takenpakket alsmede over kwaliteitseisen en prestaties die de gemeente daar-aan wil verbinden.

 

 

 

Programma 8          Volksgezondheid en milieu

 

 

8.1   Beleidsplan volksgezondheid

Er dient onverkort uitvoering te worden gegeven aan de in de nota volksgezondheid opge-nomen speerpunten, waaronder zoals middelengebruik en verkeersveiligheid, lager alcohol-gebruik (met name bij jongeren) en specifiek aandacht voor alcoholgebruik in sportkantines, overgewicht, psychosociale problematiek en depressie, diabetes en eenzaamheid bij ouderen.

 

Aansluitend aan de huidige nota volksgezondheid dient zo mogelijk in samenwerking met de gemeenten Terneuzen en Hulst een nieuw beleidsplan volksgezondheid te worden opge-steld. Het college dient hiervoor tijdig voorstellen te doen.  

 

 

8.2   Milieubeleid

In het gemeentelijk milieubeleid dient duurzaamheid, zowel op het gebied van woningbouw (levensloopbestendig), kleinschalige windenergie, zonnecollectoren, gemeentelijk wagenpark een belangrijke rol te vervullen.

 

De gemeentelijke gebouwen dienen binnen een jaar te worden geïnventariseerd en zullen afhankelijk van de beschikbare middelen worden aangepast aan de eisen van deze tijd op het gebied van duurzaamheid.

 

 

 

 

 

 

 

 

Programma 9     Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

 

 

9.1   Waterdunen

Na de besluitvorming van de provincie Zeeland over het uitvoeringsplan zal de gemeente zich hieraan conformeren en vervolgens medewerken aan de realisatie en aan de grond-verwerving.

 

9.2   Gebiedscommissie West Zeeuws-Vlaanderen

De samenwerking met andere overheden en maatschappelijke organisaties binnen de Gebiedscommissie West Zeeuws-Vlaanderen wordt voortgezet. Uitgangspunt in deze samenwerking is een betere balans tussen de primaire ruimtelijke ordeningstaken van de gemeente en de uitvoeringstaken van de provincie Zeeland.

 

 

9.3   Nieuwe natuur

Er zal actief worden gezocht naar mogelijkheden om de binnen de Ecologische Hoofd Structuur en de uitgangspunten van Natuurlijk Vitaal reeds aangewezen nieuwe natuur te realiseren met als uitgangspunt een aanwijsbare economische impuls voor de gemeente en/of haar inwoners vanwege de grote maatschappelijke en economische betekenis die van natuur, water en omgeving uitgaat.

 

 

9.4   Bestemmingsplannen

Het gebiedsplan Natuurlijk Vitaal is uitgangspunt voor gemeentelijk ruimtelijk ordenings-beleid in het landelijk gebied.

 

De inhaalslag bestemmingsplannen dient te worden voortgezet. Het uitgangspunt is dat voor 2013 alle bestemmingsplannen op basis van de gemeentelijke structuurvisie zijn geac-tualiseerd. Er dient nu al een aanzet voor een up-to-date actualiseringsprogamma te worden opgesteld.

 

De ruimtelijke informatie dient op een hoog digitaal niveau te geschieden. Hiervoor dienen de noodzakelijke voorwaarden te worden gecreëerd.

 

 

9.5   Woonvisie

De Woonvisie dient in samenhang met de demografische ontwikkelingen in de eerste helft van deze raadsperiode te worden geactualiseerd. In de geactualiseerde Woonvisie dient beleid te worden geformuleerd op basis waarvan leegstand en verpaupering kan worden tegen gegaan. Ook inbreiding, kwaliteitsverbetering, de sanering van de bestaande woonvoorraad en de mogelijkheid van instelling van een herstructureringsfonds dienen hiervan onderdeel te vormen.

 

 

9.6   Grondbeleid

De nota Grondbeleid dient op korte termijn ter vaststelling aan de raad te worden aange-boden, opdat ten volle gebruik kan worden gemaakt van de instrumenten die ingezet kunnen worden voor de verwezenlijking van ruimtelijke doelstellingen. Het grondbeleid dient gericht te zijn op het genereren van inkomsten, hetgeen inhoudt dat de mogelijkheden uit grond-exploitaties maximaal uitgenut dienen te worden.

 

 

 

9.7   Recreatieprojecten

Aan de recreatieprojecten waarover reeds besluitvorming heeft plaats gehad dient met voortvarendheid uitvoering te worden gegeven.

 

Het uitgangspunt bij nieuwe projecten is dat er geen risico voor de gemeente mag zijn en dat er sprake dient te zijn van significante inkomsten voor de gemeente. Voorafgaande aan de besluitvorming dienen de noodzakelijke overeenkomsten gesloten te zijn. Ook ten aanzien van de projecten wordt het ambitieniveau bijgesteld. Projecten dienen in het totale beleid te zijn ingekaderd en mogen geen op zichzelf staande aangelegenheden zijn.

 

 

9.8   Takenpakket Regionale Uitvoerings Diensten

Ter verbetering van de kwaliteit van de VROM-wetgeving worden indien gewenst Regionale Uitvoerings Diensten ingevoerd. De gemeente houdt vast aan het basistakenpakket conform de afspraak dat een beperkt aantal taken als uitgangspunt dient voor de vorming en inrichting van de RUD’s, zonder toename van de totale kosten voor de gemeente.

 

 

 

Programma 10   Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

 

 

10.1          Financieel beleid

 

De gemeente valt zoals bekend in 2010 ook onder preventief toezicht van de provincie Zeeland. Alle inspanningen dienen gericht te zijn op het voorkomen van de artikel 12-status, omdat dit in elk geval leidt tot belastingverhogingen en aantasting van voorzie-ningen. In het kader hiervan zal met daadkracht gewerkt moeten worden aan een jaarlijks sluitende begroting.

 

Als gevolg van kortingen op de algemene uitkering van het gemeentefonds zal de gemeente de komende jaren weer enkele miljoenen euro moeten bezuinigen. Moge-lijkerwijs bestaat bij de Kadernota 2011 daarover meer duidelijkheid. Met de nood-zakelijke bezuinigingen zal op een evenwichtige manier moeten worden omgegaan.

 

Het financiële perspectief van de gemeente laat in feite geen ruimte voor nieuw beleid. Er kan slechts sprake zijn van nieuw beleid, indien er inkomsten kunnen worden gege-nereerd. Het gemeentelijk beleid is gericht op een verhoging van de inkomsten, op een verbetering van de solvabiliteitspositie en op een aanmerkelijke jaarlijkse vermindering van de schuldenlast.

 

De financiële ruimte in gemeentelijke reserves en voorzieningen zal slechts zeer inci-denteel voor het neutraliseren van tegenvallers worden ingezet.

 

De gemeentelijke lasten worden in principe niet meer verhoogd dan met de jaarlijkse inflatiecorrectie. Extra verhogingen van de belastingtarieven komt pas dan aan de orde als andere oplossingen geen soelaas bieden.

 

Bij de financiële en inhoudelijke rapportages zal het accent meer dienen te liggen op de beleidsrapportage en dient de vraag te worden beantwoord of de beoogde resultaten zijn behaald, afgezet tegen meetbare doelen en afgezet tegen de middelen (financiën, capa-citeit).

 

De beleidsdoelstellingen uit dit coalitieprogramma binnen de aanwezige begrotingsruimte vertalen in programmabegrotingen en meerjarenramingen.

10.2          Risicomanagement

De afgelopen tijd is meer aandacht gekomen voor het in beeld brengen van de risico’s en kansen bij de gemeentelijke projecten. Ook het nemen van beheersmaatregelen begint vorm te krijgen. De komende periode dienen evenwel nog de nodige vervolgstappen te worden gezet om te bereiken dat de gemeente “in control” is.

 

 

 

 

Ondertekening

 

 

Oostburg, 1 april 2010

 

 

Raadsfractie CDA                    Raadsfractie VVD                    Raadsfractie PvdA

 

 

 

 

P.P.M. Ploegaert                      S.A.W.J. Lauret                                    R.P. Evers

Fractievoorzitter                        Fractievoorzitter                        Fractievoorzitter

 

 

 

Raadsfractie D&T                    Raadsfractie D66

 

 

 

 

F.L.Th. Baarends                      A.O. de Bruijn

Fractievoorzitter                        Fractievoorzitter